Lucien Tilkens uit Viversel
De Limburger die de motorcross voorgoed veranderde.
Sommige mensen worden herinnerd omdat ze iets bijzonders hebben gedaan.
Sommigen omdat ze een uitzonderlijk talent hadden.
En heel af en toe is er iemand die een idee bedenkt dat zo belangrijk blijkt te zijn dat een hele sport erdoor verandert.
Lucien Tilkens was zo iemand.
Een ingenieur, uitvinder, leraar en bovenal een man met een enorme technische nieuwsgierigheid. Een man die niet zomaar aanvaardde dat iets was zoals het was. Als hij een probleem zag, wilde hij begrijpen waarom het bestond en vooral hoe het opgelost kon worden.
Vanuit zijn woning en werkplaats in Viversel, een dorp in Heusden-Zolder, groeide zo een idee dat uiteindelijk de hele wereld van de motorcross zou veranderen.
Vandaag rijden vrijwel alle moderne crossmotoren met één centrale achterdemper.
Dat lijkt vanzelfsprekend.
Maar ooit was dat helemaal niet zo.
En achter die verandering staat de naam Lucien Tilkens.
DE INGENIEUR ACHTER DE UITVINDER
Lucien Tilkens was geen toevallige uitvinder die op een dag een goed idee kreeg.
Hij had een sterke technische achtergrond en was jarenlang actief als leraar aan een technische onderwijsinstelling in de omgeving van Luik. Yamaha beschreef hem later als professor aan het Luikse ingenieurscollege. Zijn opleiding en ervaring gaven hem een bijzondere combinatie van theoretische kennis en praktische vaardigheid.
Maar Lucien was niet iemand die zijn kennis alleen op papier wilde gebruiken.
Hij was een echte praktijkmens.
In zijn werkplaats kon hij ideeën omzetten in metaal. Daar werd getekend, gemeten, gelast, aangepast en opnieuw getest. De werkplaats was als het ware zijn laboratorium.
En motoren hadden zijn bijzondere belangstelling.
Zijn interesse in motorcross werd bovendien heel persoonlijk.
Zijn zoon Guy Tilkens reed zelf motorcross. Guy was niet alleen rijder, maar had ook een technische belangstelling en studeerde voor ingenieur. Daardoor vormden vader en zoon een bijzonder duo: Lucien dacht na over de techniek en Guy kon de ideeën van zijn vader in de praktijk testen op het circuit.
Die combinatie zou uiteindelijk geschiedenis schrijven.
HET PROBLEEM VAN DE MOTORCROSS
Om te begrijpen hoe bijzonder Luciens uitvinding was, moeten we terug naar de motorcross van de jaren zestig.
Crossmotoren waren toen heel anders dan de machines die we vandaag kennen.
Achteraan hadden ze doorgaans twee afzonderlijke schokdempers. De motoren werden ondertussen steeds krachtiger. Vooral de zware tweetaktmotoren leverden zoveel vermogen dat het niet altijd eenvoudig was om dat vermogen efficiënt op de ondergrond over te brengen.
Lucien zag dat er een probleem ontstond.
Fabrikanten waren vooral bezig met meer vermogen.
Maar meer vermogen betekende niet automatisch een snellere motor.
Als de vering de motor niet goed over de ondergrond liet gaan, kon een rijder dat vermogen immers niet efficiënt benutten.
Het idee van Lucien was daarom bijzonder vooruitstrevend:
Misschien moest de oplossing niet in een nog krachtigere motor worden gezocht, maar in een veel betere manier om de motor te laten veren en het vermogen op de grond over te brengen.
Yamaha beschreef later zelf dat Tilkens vanuit die gedachte tot zijn nieuwe concept kwam: niet alleen paardenkracht bepaalde de snelheid, maar vooral de bestuurbaarheid van de motor.
VAN TWEE SCHOKDEMPERS NAAR ÉÉN
Lucien begon te experimenteren met een volledig nieuw concept.
In plaats van twee schokdempers naast het achterwiel wilde hij werken met één lange centrale schokdemper, die veel meer centraal in het frame werd geplaatst.
Het was een idee dat op het eerste gezicht vreemd leek.
De klassieke constructie werd immers al jarenlang gebruikt.
Waarom zou je twee schokdempers vervangen door één?
Lucien zag echter mogelijkheden die anderen nog niet zagen.
Door de constructie anders op te bouwen kon de achtervering veel meer bewegingsvrijheid krijgen. De krachten die bij het rijden over hobbels, gaten en sprongen ontstonden, konden op een andere manier door het frame worden geleid.
Het resultaat was een motor die veel beter over een zwaar en hobbelig circuit kon worden gecontroleerd.
Het eerste prototype werd gebouwd rond een CZ-crossmotor. Voor de experimenten werd zelfs gebruikgemaakt van een aangepaste schokdemper die oorspronkelijk uit een Citroën afkomstig was. Het was pure uitvindersmentaliteit: beschikbare onderdelen gebruiken, testen, aanpassen en opnieuw proberen.
En wie kon het nieuwe systeem beter testen dan zijn eigen zoon?
Guy Tilkens werd de eerste echte testrijder van zijn vaders uitvinding.
EEN BIJZONDERE MOTOR IN DE WERKPLAATS
De motor die uit Luciens werkplaats kwam, zag er vreemd uit.
Geen twee traditionele achterdempers.
Geen vertrouwde constructie.
Maar één lange demper die centraal in de motor was geplaatst.
Voor veel mensen was het niet meteen duidelijk waarom dit beter zou zijn.
Maar op het circuit sprak het resultaat voor zichzelf.
De motor gedroeg zich anders. De achterzijde kon grotere bewegingen verwerken en de rijder kreeg meer controle over de motor.
De uitvinding trok dan ook de aandacht van mensen binnen de Belgische motorcross.
En dat waren niet de minsten.
Roger De Coster en Sylvain Geboers, twee van de grootste Belgische namen uit de motorcross, kregen de kans om het systeem te testen. De ervaringen met het prototype waren voldoende interessant om ook de grote motorfabrikanten nieuwsgierig te maken.
SUZUKI EN YAMAHA
Het verhaal had op dat moment een heel andere richting kunnen uitgaan.
Suzuki toonde belangstelling voor de uitvinding. Er werd met het idee geëxperimenteerd en het systeem werd getest met Suzuki-motoren.
Maar Suzuki zette uiteindelijk de stap niet.
En dat was het moment waarop Yamaha in beeld kwam.
Yamaha begreep dat het idee van Tilkens misschien een enorme technologische voorsprong kon betekenen.
In 1972 kwamen Yamaha-mensen het systeem bij Tilkens bekijken. Het Japanse bedrijf nam het idee zeer ernstig en besloot uiteindelijk het patent te kopen. Yamaha ontwikkelde het systeem vervolgens verder en gaf het de naam Monocross.
Dat was het begin van een van de belangrijkste technische ontwikkelingen uit de geschiedenis van de motorcross.
VAN VIVERSEL NAAR JAPAN
Het is misschien moeilijk voor te stellen wat dat betekende.
Een idee dat in een werkplaats in België was ontstaan, werd nu door Japanse ingenieurs verder ontwikkeld.
Yamaha bouwde een speciale fabrieksmotor rond het principe van Tilkens.
De eerste tests waren niet onmiddellijk perfect. De Yamaha-ingenieurs moesten het systeem verder ontwikkelen, de demping aanpassen en oplossingen zoeken voor de plaatsing van de luchtfilter, het frame en andere onderdelen.
Maar het fundamentele idee bleef overeind.
Yamaha zag dat de motor met de nieuwe achtervering veel soepeler over het circuit kon bewegen.
Het bedrijf investeerde daarom verder in de ontwikkeling. Yamaha beschrijft zelf hoe ingenieurs na de eerste tests beseften dat de motor ondanks technische problemen verrassend snelle rondetijden reed en vooral veel beter landde na sprongen.
Het idee van Lucien Tilkens was dus niet alleen interessant op papier.
Het werkte op het circuit.
1973 – HET JAAR DAT DE WERELD HET ZAG
Toen kwam het beslissende moment.
De Zweedse Yamaha-fabrieksrijder Håkan Andersson kreeg de nieuwe Yamaha met Monocross-vering onder zich.
Ook hij moest aanvankelijk wennen.
Het gedrag van de motor was anders dan wat hij gewend was. Maar naarmate de afstelling verbeterde, werden de voordelen duidelijk.
De resultaten kwamen.
In verschillende Grand Prix-wedstrijden liet Andersson zien wat de nieuwe motor kon.
En toen kwam 5 augustus 1973.
Tijdens de Grand Prix van Finland won Håkan Andersson beide manches.
Daarmee werd hij wereldkampioen 250 cc.
Yamaha behaalde bovendien de constructeurstitel.
Een uitvinding van een Belgische ingenieur had zich daarmee bewezen op het allerhoogste niveau van de motorcross. Yamaha noemt die dag zelf een historisch moment en stelt dat de Monocross toen zijn potentieel overtuigend had bewezen.
DE MOTORCROSS ZOU NOOIT MEER DEZELFDE ZIJN
Het succes van 1973 bleef niet zonder gevolgen.
De concurrenten zagen wat Yamaha had gedaan.
De traditionele dubbele achtervering begon langzaam te verdwijnen.
Yamaha bracht het systeem vervolgens ook naar productiemotoren. De eerste YZ-modellen met Monocross verschenen in het midden van de jaren zeventig. Vanaf dat moment konden ook gewone rijders profiteren van de technologie die eerst op de fabrieksmotoren was ontwikkeld.
Andere fabrikanten konden niet achterblijven.
Ook zij begonnen systemen met één centrale achterdemper te ontwikkelen.
De motorcross ging een nieuw tijdperk in.
Grotere veerwegen werden mogelijk.
De motoren konden harder over ruwe circuits rijden.
Sprongen konden sneller en gecontroleerder worden genomen.
De rijder kreeg meer controle.
En vooral: het vermogen van de steeds sterkere motoren kon veel efficiënter worden gebruikt.
DE UITVINDING BLEEF NIET BEPERKT TOT DE MOTORCROSS
Misschien is het meest indrukwekkende aan Lucien Tilkens’ uitvinding wel dat de invloed ervan veel verder ging dan de motorcross.
Het principe van de centrale achterdemper werd verder ontwikkeld en verfijnd.
Yamaha paste het later ook toe op andere motorfietsen.
Andere fabrikanten ontwikkelden hun eigen systemen.
Zo ontstonden onder meer de bekende moderne linkage-systemen die we vandaag op vrijwel iedere moderne crossmotor aantreffen.
De technologie van vandaag is uiteraard veel verder ontwikkeld dan het oorspronkelijke systeem van Tilkens.
Maar de basisgedachte bleef:
één centrale achterdemper die samen met de achterbrug zorgt voor een gecontroleerde, progressieve en efficiënte achtervering.
Motoren zijn sindsdien lichter geworden.
Motoren zijn krachtiger geworden.
De vering is veel verfijnder geworden.
De dempers zijn elektronisch en technisch veel geavanceerder.
Maar het fundamentele idee dat Lucien Tilkens in België ontwikkelde, leeft nog altijd voort.
Yamaha bevestigt bovendien dat de technologie later niet alleen in motocrossmotoren werd gebruikt, maar ook zijn weg vond naar andere race- en straatmotoren.
OOK ANDERE WERELDTITELS
De betekenis van Tilkens’ uitvinding stopte bovendien niet bij de wereldtitel van Håkan Andersson.
De Yamaha Monocross werd verder ontwikkeld en werd ook succesvol in de zwaardere klassen.
De Finse grootheid Heikki Mikkola behaalde er later wereldtitels mee in de 500 cc.
Ook buiten de motocross werd het systeem belangrijk.
Yamaha vermeldt dat de Monocross-technologie uiteindelijk zelfs werd gebruikt op racemotoren waarmee rijders als Giacomo Agostini en Kenny Roberts wereldkampioenschappen behaalden.
Wat begonnen was als een experiment van een Belgische ingenieur, was uitgegroeid tot een wereldwijde technologische ontwikkeling.
LUCIEN TILKENS ZELF
En toch bleef Lucien Tilkens in veel opzichten een bescheiden man.
Hij was geen rijder die zelf op het podium stond.
Hij was geen man die de wereldtitel op zijn naam schreef.
Hij was de man achter de machine.
De man die problemen zag die anderen nog niet als problemen beschouwden.
De man die niet bang was om een bestaand principe helemaal om te gooien.
En misschien nog belangrijker:
hij was een man die zijn ideeën daadwerkelijk bouwde en testte.
Zijn werkplaats was zijn laboratorium.
Zijn zoon Guy was een van zijn eerste testpiloten.
Belgische toppers hielpen het systeem evalueren.
En uiteindelijk namen Japanse ingenieurs het idee over en brachten het naar de wereldtop.
Het International Motocross Museum bewaart vandaag verschillende historische Tilkens-objecten, waaronder het eerste monoshock-prototype dat werd gebouwd met een fabrieks-CZ-frame van Sylvain Geboers. Daarmee is ook het tastbare bewijs van deze bijzondere geschiedenis bewaard gebleven.
EEN MAN UIT VIVERSEL
En daar ligt misschien wel de mooiste gedachte van dit hele verhaal.
De motorcross is een internationale sport.
De wereldkampioenschappen werden gereden in België, Nederland, Frankrijk, Finland, Zweden, Japan en vele andere landen.
De grote fabrieken stonden in Japan.
De wereldkampioenen kwamen van over de hele wereld.
Maar een belangrijk deel van de technische revolutie begon bij een Belgische ingenieur.
Bij Lucien Tilkens.
Een man uit Viversel.
Een dorp in Heusden-Zolder.
Een plek die misschien klein lijkt wanneer je ze vergelijkt met de grote internationale motorwereld.
Maar vanuit die plek kwam een idee dat letterlijk over de hele wereld zou gaan.
WAT BETEKENT LUCIEN TILKENS VANDAAG?
Wanneer we vandaag een moderne crossmotor bekijken, zien we een technisch hoogstaande machine.
De vering is opgebouwd uit onderdelen die met uiterste precisie zijn ontworpen.
De achterbrug werkt samen met een linkage.
De schokdemper kan in talloze parameters worden afgesteld.
De veerweg is enorm.
De motoren leveren een vermogen waar men in de jaren zestig alleen maar van kon dromen.
Maar kijk naar de achterkant van die motor.
Daar zit nog steeds één centrale schokdemper.
En daar begint het verhaal opnieuw.
Want zonder het pionierswerk van Lucien Tilkens was de ontwikkeling van de moderne achtervering mogelijk heel anders verlopen.
Zijn oorspronkelijke ontwerp is door Yamaha en later door andere fabrikanten grondig verbeterd. Het systeem van vandaag is niet letterlijk hetzelfde als het systeem waarmee Guy Tilkens en zijn vader ooit experimenteerden.
Maar het idee is blijven bestaan.
En dat is misschien wel de grootste erkenning die een uitvinder kan krijgen.
EEN ERFENIS DIE NIET VERDWIJNT
Uitvindingen verdwijnen soms in een archief.
Sommige patenten worden vergeten.
Sommige ideeën worden vervangen door betere oplossingen.
Maar de uitvinding van Lucien Tilkens is anders.
Ze is letterlijk zichtbaar op de motoren die vandaag over de crosscircuits rijden.
Elke keer dat een moderne crossmotor na een grote sprong neerkomt.
Elke keer dat het achterwiel een reeks diepe knippen verwerkt.
Elke keer dat een rijder het vermogen gecontroleerd op de grond kan zetten.
Elke keer dat een motor dankzij zijn achtervering stabiel en bestuurbaar blijft op een zwaar circuit…
leeft de gedachte van Lucien Tilkens verder.
Zijn uitvinding heeft ondertussen tientallen jaren van ontwikkeling doorstaan.
Ze werd aangepast.
Verbeterd.
Verfijnd.
Opnieuw uitgevonden door andere ingenieurs.
Maar de stap die hij zette van twee achterdempers naar één centraal systeem was een beslissend moment.
EEN EERBETOON AAN LUCIEN TILKENS
Lucien Tilkens was meer dan de uitvinder van een motoronderdeel.
Hij was een pionier.
Een man die techniek niet zag als iets dat vaststond, maar als iets dat altijd beter kon.
Hij durfde een bestaande gedachte in vraag te stellen.
Hij durfde te experimenteren.
Hij durfde zijn ideeën te testen.
En hij bleef zoeken tot hij een oplossing vond.
Wat begon als een technisch experiment groeide uit tot een revolutie.
Van een werkplaats in België…
naar Yamaha in Japan…
naar het wereldkampioenschap motocross…
en uiteindelijk naar motoren over de hele wereld.
Dat is het verhaal van Lucien Tilkens.
Een ingenieur.
Een uitvinder.
Een vader.
Een man met een passie voor techniek en motorcross.
Maar bovenal:
een man uit Viversel die de toekomst van de motorcross mee heeft uitgevonden.
VAN VIVERSEL NAAR DE WERELD
Lucien Tilkens
Hij stond niet zelf op het hoogste podium.
Maar hij hielp de motor bouwen waarmee anderen er konden staan.
Hij won geen wereldtitel als rijder.
Maar zijn uitvinding hielp wereldkampioenen naar de overwinning.
Zijn naam stond misschien niet altijd in grote letters langs de circuits.
Maar zijn idee werd onderdeel van bijna iedere moderne motor.
Van Viversel naar Japan.
Van een werkplaats naar de wereldtop.
Van een idee naar een revolutie.
Van Lucien Tilkens naar een erfenis die vandaag nog altijd over de crosscircuits rijdt.
Een blijvend eerbetoon aan Lucien Tilkens.
De Limburger die de motorcross leerde veren.